logo


RIHOCELL in de superlofts van Marc Koehler Architects

Volledige droogbouw biedt een blauwdruk voor circulair bouwen

Een 6 meter hoge loft ontwerpen die volledig is aan te passen, met circulaire gebouwinstallaties en herbruikbare bouwmaterialen? Marc Koehler Architects (MKA) gelooft erin. ‘Stel dezelfde eisen aan circulaire gebouwinstallaties als aan de Energieprestatiecoefficiënt en integreer het in je bestek,’ zegt MKA-associate Dennis Grootenboer.

Marc Koehler Architects, opgericht in 2005, is een allround ontwerpbureau uit Amsterdam. De kernvisie? Een ontwerp moet rekening houden met alle denkbare factoren en actoren, circulair zijn en alle wensen verenigen in een doordacht, integraal ontwerpproces. Product- en interieurontwerp en architectuur en stedenbouw lopen bij het bureau dan ook vloeiend in elkaar over. Elke ontwerp is het resultaat van een duurzame visie op vorm en functie. Circulaire bouwmaterialen spelen hierin een steeds grotere rol -bouwstenen voor de evolutionaire architectuur van MKA, maar ook voor de herbruikbare woning van de toekomst.

Dennis Grootenboer werkte tien jaar lang als bouwkundige voor architectenbureau RAU, een architectengroep rondom visionair Thomas Rau waar ‘circulair gebouwontwerp’ inmiddels een ingeburgerd begrip is. Hij stond er mede aan de wieg van het Grondstoffenpaspoort en de nieuwe bureaustrategie. In 2016 stapte hij over naar MKA, waar hij nu werkt als associate: ‘Voor mij is het een uitdaging om het circulaire ontwerpdenken binnen MKA een stap verder te brengen.’

Circulaire superlofts

Iedereen weet het: het moet anders, duurzamer. Maar wat is ‘duurzaamheid’ nu eigenlijk? Grootenboer refereert voor zijn definitie aan het project Superlofts van MKA, een serie eigentijdse loft-ontwerpen die de architectengroep ontwikkelt in grote Nederlandse steden, waaronder Amsterdam, Utrecht, Groningen, Rotterdam en Delft. Deelgebruik en circulair bouwmateriaal zijn hier nieuwe ontwerpstandaards -next generation urban living.

‘We integreren onze circulaire visie in de ontwerpen voor deze superlofts. Bewoners zijn individuen die het gebouw in de loop van de tijd graag wijzigen. Dat geeft een heel andere dynamiek aan je ontwerpvisie. Het gebouw zelf is in veel gevallen een rigide gegeven, een grachtenpand in Amsterdam staat er over 500 jaar nog, maar wat in dat pand gebeurt moet ‘meekunnen met de tijd’. Dat principe leidt tot een som: je gaat bedenken welke materialen nodig zijn om het pand voor gebruikers up-to-date te houden. Dan kies je bouwmaterialen en grondstoffen die ook in de toekomst voorradig zijn. De aarde is en blijft een gesloten systeem, natuurlijke grondstoffen raken uitgeput. Dan rest je maar één ding: hergebruik. Dat kan elk materiaal zijn, zelfs een gebouw. Ik zeg altijd: denk groot.’

Installatie, constructie en afbouw zijn projectonderdelen die in de visie van Grootenboer los van elkaar staan en idealiter in circulair gebouwontwerp ook zo worden benaderd. ‘Dan kun je ze los van elkaar monteren en demonteren. Wij maken dan een tekening voor een pand met twee bouwlagen en een tijdelijke, houten vloer. Je kunt deze er weer uit halen. De installatie staat hier ook los van. Dat geeft je de flexibiliteit nu op twee etages te leven en over tien jaar wellicht één verdieping te creëren. Die vloer kun je verkopen, wellicht zelfs retourneren aan de leverancier.’

Hoe ontwerp je een circulair gebouw? Waar kijk je naar?

‘Aannemers bouwen nog steeds vaak vanuit het idee van ‘natte montage’. Je hebt een betonvloer, daar storten ze een leiding in voor de vloerverwarming. Dat is de gebruikelijke bouwtechniek. Ik ben voorstander van droge montage. Hoe meer droogbouw, hoe beter. Als je alles ‘droog’ aan elkaar zou monteren in een gebouw, heb je een blauwdruk voor circulair bouwen. Dan kun je alles uit elkaar schroeven en weer in elkaar schroeven.’  

Zie je een standaard set circulaire materialen ontstaan in de bouw?

‘Ik denk het wel. Er is alleen wel een uitdaging. Zo lang het gebruik van circulaire materialen duurder blijft, zal ik er als bouwer sneller voor kiezen een traditionele standaardoplossing te gebruiken. De voordelen zijn groter als we het circulair denken economisch anders zouden inrichten. Als ik als staalleverancier eigenaar blijf van een hoeveelheid staal en zeker weet dat ik het na verloop van tijd terugkrijg voor hergebruik, dan blijf ik daar waarde aan ontlenen. Met de komende grondstoffenschaarste kun je in zo’n model zelfs een mooie bonus verdienen. Als je dan marktvolume hebt, staalpartner van grote projectontwikkelaars bent, zie ik een nieuw businessmodel. Voor banken bijvoorbeeld. Het klassieke eigendomsbeginsel – een huis, een auto- beweegt langzaam naar lenen of delen.’

Volgens Grootenboer gaat de circulaire architect een centraler rol spelen in bouwprocessen. ‘De architect moet weer bouwmeester worden. Je hebt verschillende leveranciers en onderleveranciers in een bouwproject. Als circulair architect moet jij zorgen dat aan alle voorwaarden wordt voldaan: bouwmaterialen moeten op een droge manier aan elkaar wordt gemonteerd, maar tevens moeten materialen na jaren weer bij de leveranciers belanden voor hergebruik.

Stel dezelfde hoge eisen aan circulaire gebouwinstallaties als aan de Energieprestatiecoefficiënt en integreer het in je bestek.In dat verband is Building Information Modelling (BIM) een welkome innovatie. Je hebt dan het voordeel dat je vooraf en tot in detail weet welk materiaal in welke volume in het gebouw zit.’

RIHOCELL als circulaire droogbouwstandaard

Om te veranderen heb je medestanders in de markt nodig. RIHO Climate Systems is zo’n bedrijf dat in vooruitgang investeert. Als je RIHOCELL neemt, het droge vloerverwarmingssysteem, dan kies je bewezen technologie. Dan is samenwerken met zo’n partner heel gemakkelijk. De aannemer kan dan niet zeggen: ‘ik heb het nog nooit zo gedaan.’ RIHO biedt garanties.

RIHOCELL bouwt snel, is gemaakt van afval en heeft een concurrerende prijs. Als je dan ook nog met elkaar gaat samenwerken op zoek naar de perfecte combinatie tussen constructie en vloer, dan maak je stappen. Je zorgt er dan voor dat een constructie te demonteren is, je aan mensen duurzame producten biedt en je binnen budget blijft. Zo moeten we naar alle bouwmaterialen en bouwprincipes kijken. Dan krijg je vanzelf een circulair gebouw.’